Uitleg
Bierstijlen herkennen: tripel, dubbel, IPA en meer
Blind een bierstijl raden lijkt makkelijk tot je het probeert. Toch kun je met drie vragen al een eind komen: welke kleur heeft het, hoe ruikt het, en is het bitter, zoet of zuur? Hieronder de bekendste stijlen en waar je ze aan herkent.
Licht en fris
- Pils: helder goud, licht bitter, weinig geur. Rond 5% alcohol.
- Witbier: troebel en bleek, fris met citrus en koriander. Rond 5%.
- Weizen: troebel, met een geur van banaan en kruidnagel. Rond 5%.
Blond en fruitig
- Blond: goudkleurig, zacht en licht zoet. Meestal 6 tot 7%.
- Saison: droog, licht kruidig en een beetje peperig, met veel prik. Meestal 5 tot 7%.
- IPA: bitter en hoppig, met geuren van grapefruit, mango of dennen. Van 5 tot boven de 7%.
Donker en zoet
- Dubbel: roodbruin, zoetig, met karamel, rozijn en wat chocola. Meestal 6 tot 8%.
- Bock: herfstbier, donker en moutig. Meestal 6 tot 7%.
- Stout en porter: bijna zwart, met koffie, chocola en geroosterde tonen.
Sterk
- Tripel: goudblond maar sterk, kruidig, fruitig en verwarmend. Meestal 8 tot 10%.
- Quadrupel: donker, stroperig en zoet, met gedroogd fruit. Vaak 10% of meer.
Tripel of dubbel?
De meest gestelde vraag. Kijk naar de kleur: een tripel is goudblond, een dubbel is bruin. Een tripel is meestal sterker en kruidiger, een dubbel zoeter en mouttiger. De namen zeggen dus niets over de kleur, alleen over de traditie van de kloosterbrouwerijen.
Alcohol schatten
Sterk bier voelt warm in je keel en wat stroperig in je mond. Licht bier is dunner en friser. Wie blind proeft zit er toch vaak een paar procent naast: een tripel van 8% en een quadrupel van 10% liggen dichter bij elkaar dan je denkt.